

©2007 Alles op deze site is copyright shorties.nl, tenzij anders vermeld.
Een van de meest trendy R&B-stations.
Opgezet door Erik de Vlieger in
de tijd dat hij nog alleen maar gewoon een
betrokken ondernemer leek.
Of De Vlieger er nog iets mee van doen heeft
weet ik niet,
maar de zender ontwikkelt zich in rap tempo tot een van
de
betere popmuziekstations.
Simoon was door de hele kwestie de afgelopen dagen behoorlijk timide. Pas vandaag was ze weer ouderwets baldadig. Deze foto's met een speelgoedmuis zijn van afgelopen middag.




Toen Witje een half jaar oud was wilde ze er altijd bij zijn bij de
afwas. Zodra ik water in de teil deed stond ze zo op de leuning van mijn stoel
te kijken. Elk stukje bestek wilde ze als het even kon voor ik het opborg van
nabij bekijken.

Witje ongeveer een half jaar geleden.

Onderonsje, gevangen door een van mijn webcams.

Witje (linksonder) met haar broertjes (rode katertjes) en haar
zusje.
(deze foto: Annemiek Glasbergen)
Nog enkele van de afwas-foto's uit 2001. Als ik me goed herinner was ze op dit moment totaal geobsedeerd door de enorme berg schuim die ik expres had laten ontstaan:



Het is heel
vlug gegaan. Vanavond (zaterdag) vond Witje het eten, dat ze met een
injectiespuit zonder naald kreeg toegediend, niet meer zo lekker. Verder begon
ze af en toe erbarmelijk te schreeuwen. De weekenddierenarts vond het om half
tien aan de telefoon nog niet alarmerend, maar om een uur of twee vannacht was
ze zo onrustig dat ik toch nog maar een keer naar hem gebeld heb. Witje liet
zich af en toe op haar zij vallen en ik heb begrepen dat het dan echt heel
ernstig is. Ook hijgde ze af en toe met het tongetje uit de mond. De dierenarts
zei dat ik wel tot de ochtend kon wachten en dat inslapen nog niet echt nodig
was. Toen ik de telefoon had opgehangen was Witje inderdaad weer even rustig
maar begon al snel heftig te woelen. Ik had meteen door dat het menens was. Ze
begon heel hevig te hijgen, en daarna werd het snel steeds minder. Om 10 over 2
(wintertijd) is ze terwijl ik haar over haar kopje aaide doodgegaan. Lieve,
zachtaardige Witje.25 maart 2006
copyright: John Piek
De afgelopen dagen was mijn kat Witje een beetje zeurderig, traag. En ze had opvallend vaak ruzie met Simoon, mijn andere kat. Verder was ze vaakchagrijnig. Maar tot gisteravond at ze heel gewoon. Dat Witje haar neus optrekt voor kattenbrokjes dat is zeer uitzonderlijk. Vanochtend dus direct de dierenarts gebeld. Daar konden we vanmiddag terecht. Ondertussen lustte Witje haar eten helemaal niet meer. Bij de dierenarts was ze miserabel. Ze zag steeds witter, dat had ik de afgelopen dagen wel gezien, hoewel dat - als je haar dagelijks ziet - natuurlijk minder opvalt.
De dierenarts wilde bloed prikken, en daarom moest Witje daar bijna een uur blijven. Om niet tot na het weekend te hoeven wachten nam de dierenarts (ik ben al heel vaak in de praktijk geweest, maar dat is een ander lang verhaal) het bloedmonster mee naar het laboratorium in Utrecht, waar ze vanmiddag sowieso nog moest zijn. Zeer zware acute bloedarmoede was de voorlopige diagnose. Die kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld leukemie. Bij katten is dat een ziekte die door een virus wordt veroorzaakt. Witje kreeg nadat dit soort dingen het bloedonderzoek niet meer konden verstoren, een boel vitamines, glucose, kalium en nog een aantal dingen meer.

Al binnen het uur waren de eerste uitslagen van het bloed van de dierenarts zelf beschikbaar. Inderdaad bloedarmoede. Maar gelukkig had ze geen leukemie of katten-AIDS (dat laatste is ook onwaarschijnlijk omdat ze helemaal niet buiten komt.)
Toen Witje thuiskwam en uit de reismand mocht, rende ze als een gek naar boven. Dat was voor mij enigszins onverwacht. Vervolgens kroop ze achter een stapel dozen waar ze hoe dan ook niet meer vandaan wilde. Toen ik even wegliep hoorde ik direct een grote ruzie. Simoon herkende door alle dierenartsgeurtjes de lucht van Witje niet en maakte ruzie. Simoon dus weggejaagd, en uiteindelijk wist ik door de dozen weg te halen Witje tevoorschijn te krijgen. Die zat voor zeker een kwart onder het bloed, en ze bloedde ook nog steeds. Bovenaan haar pootje liep een straaltje bloed langs haar vacht. Maar wat erger was: ze werd ineens volledig slap, viel op de grond, haar bekje open, tanden zichtbaar en ze liet een viertal keuteltjes gaan. 'Die is er geweest,' dacht ik.
In paniek de dierenartsenpraktijk gebeld, die is hier tegenover. 'Breng haar langs'. Het bleek echter gelukkig niet nóg ernstiger dan het daarvoor al was. Door haar bloedarmoede heeft ze ook stollingsproblemen, en de plaats waar bloed geprikt was, was opnieuw gaan bloeden. Verder was ze door uitputting, ook een gevolg van de bloedarmoede, maar vooral veroorzaakt door de woedeaanval van precies daarvoor bewusteloos geraakt. Zo verdrietig, zo'n arm beest.

Uit het bloedonderzoek in Utrecht bleek dat ze kalium en trombocieten tekort kwam. Voor de zekerheid heeft ze vanavond dus nog een infuus met onder andere kalium gehad en ik moet haar ook kaliumtabletjes geven. Ik moet Witje laten eten, en desnoods geforceerd vitaminevoedsel toedienen. Zo'n plotselinge bloedarmoede kan door beenmergkanker worden veroorzaakt, maar ook gewoon komen en vanzelf weer weggaan. In dat geval sleep je ze er doorheen, als ze tenminste maar gewoon blijven eten. Het is dus afwachten. Morgenochtend (zaterdag) om tien uur belt de dierenarts weer om te horen hoe we de nacht zijn doorgekomen.
Categorie: life-log - 525 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
23 maart 2006
copyright: John Piek
Het is weer boekenweek. Vorig
jaar wist ik voor het eerst in zeker twintig jaar geeneens geen boek te vinden
om te kopen. Ik koos toen maar, zeer tegen mijn gewoonte in, voor een
Nederlandse vertaling van een Engelstalig boek, ik geloof dat het 'De Duivel
draagt Prada' was van Lauren Weisberger, dat ik vorig jaar in ieder geval
gelezen heb. Gewoonlijk lees ik liever het (Engelse of Duitse) origineel dan een
vertaling.
Ik heb tot nu toe sinds zeker 1984 er ieder jaar voor
gezorgd dat ik het boekenweekgeschenk in handen kreeg. Niet dat ik ze allemaal
heb gelezen, dat niet. Sommige raakten gewoon vanzelf in de vergetelheid,
anderen daar kwam ik niet doorheen (wat een vreselijke schrijver is toch die
Arnon Grünberg, met zijn verschrikkelijk kinderlijke schrijfstijl. Heb daarna
nooit meer een boek van die schrijver aangeraakt.)
Anekdotes zijn er
ook, over de boekenweekgeschenken die ik heb gehad. Van het boekenweekgeschenk
Weerborstels van A.F.Th. van der Heijden uit 1992 heb ik twee exemplaren. Dat
zat zo: ik heb er een, die ik door de schrijver van wie ik destijds volkomen
idolaat was, heb laten signeren. Met een adem van hem, die tegen twaalven 's
ochtends nog ruimschoots naar kater, en naar de drank van de avond ervoor rook,
zie ik hem daar nog zitten, tussen de beide ingangen met zijn rug naar het raam
in het oude pand van Dekker vd Vegt in Nijmegen. Nee, de gebeurtenissen in zijn
boeken zijn niet allemaal overdreven. Het gesigneerde exemplaar van het boekje
wilde ik graag netjes houden en het tweede exemplaar was dus om te lezen.
Dat dat geen overdreven maatregel was, bleek twee dagen later toen ik in de
Bijenkorf in Amsterdam liep. Een linnen tasje met als enige inhoud dit boek
droeg ik daarbij onder mijn arm, enigszins met mijn elleboog vastgeklemd en met
de hengsels van het tasje over mijn schouder. Op de benedenetage van de winkel
hoorde ik enkele mensen uit het oosten naar mij roepen “Taschendiebe,
Taschendiebe“. Ik zag niets. Toen we vervolgens met de roltrap naar boven gingen
kreeg ik ineens een ruwe stoot tegen mijn schouder aan de andere kant van waar
het tasje hing. Verontwaardigd over zoveel plompheid keek ik in de richting waar
de stoot gegeven werd. Een paar momenten later realiseerde ik me dat het tasje
onder mijn arm verdwenen was. Ik ging een keer de roltrappen op en neer, maar
natuurlijk was de vogel al gevlogen. Het was toen het gebeurde zo'n tien minuten
voor sluitingstijd, maar voor de zekerheid toch maar even bij de klantenservice
op de bovenste etage langs gelopen. Stomverbaasd was ik toen in die enkele
minuten die er sinds de roof verstreken waren iemand het tasje - met inhoud - al
netjes bij de klantenservice had afgeleverd. De dief had de voor hem
waarschijnlijk waardeloze inhoud gezien en had het een en ander vervolgens aan
de kant gesmeten, en iemand anders had het daar gevonden.
Vandaag wist
ik overigens wél welk boek ik wilde hebben: Hemelval van Arjan Visser. Ik hoorde
de schrijver vorige week op de radio. Het boek gaat over een man, met als hobby
duiven melken. De meeste dingen in zijn leven overkomen hem gewoonweg maar; hij
lijkt er nauwelijks greep op te hebben. Hij lijkt zich niet goed in de mensen te
kunnen verplaatsen, dat kan hij veel beter met zijn duiven. Of hij zich teveel
in zijn duiven verdiept en daardoor zo afzijdig is, of dat hij vanwege zijn
afzijdigheid juist deze hobby heeft gekozen, dat is niet duidelijk.
Onvermijdelijk is wel, dat hij eens zijn nek moet uitsteken. Al is het maar
doordat hij een vrouw gevonden heeft (of eigenlijk zij hem), die veel meer
geďnteresseerd is dan hijzelf, in wat speelt tussen mannetjes en
vrouwtjes...
www.boekenweek.nl
Categorie: life-log - 628 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
(buro renkema)
En deze waren natuurlijk ook prachtig:
Declaration du president de la Republique
Biathlon een sport die je raakt
Doordat ik het zo druk heb op het moment, ben ik door het
voorraadje foto's heen dat ik gewoonlijk heb klaarstaan en waar ik uit put voor
mijn dagelijkse foto's. Dit is volgens mij in al die vier-en-half jaar dat ik de
dagelijkse foto's plaats nog niet eerder voorgekomen
Binnen één of twee
dagen hoop ik dit 'schrijnende' tekort weer te hebben opgelost.




10 maart 2006
copyright: John Piek
Het is bij
niet zoveel mensen bekend, maar bij de Watersnoodramp in 1953 hebben de
Nederlandse radioamateurs een prominente rol gespeeld in de hulpverlening. Ook
in de tweede wereldoorlog hebben veel van deze zendamateurs er met gevaar voor
eigen leven voor gezorgd, dat het verzet contact met de geallieerden kon
onderhouden, zodat deze hun acties op elkaar konden afstemmen. Meer recent
hebben buitenlandse radioamateurs onder andere een prominente rol gespeeld bij
de hulpverlening in de eerste dagen na de tsunami-ramp in Azië en bij de orkaan
Katrina in de VS.
Communicatienetwerken die met draden werken zijn uiterst kwetsbaar. Dit laatste geldt met name ook voor mobiele telefoons. Dat komt doordat delen van de mobiele communicatie gewoon via voor calamiteiten relatief kwetsbare glasvezel- en koperverbindingen lopen. Daarnaast zijn mobieltjes nog altijd afhankelijk van de aanwezigheid van lichtnetstroom, omdat ze nu eenmaal niet van apparaat naar apparaat communiceren, maar via vast opgestelde zenders en antennes. Die laatste houden zeker bij een orkaan of grote explosie bijvoorbeeld geen van alle stand.
Radioamateurs kunnen daarentegen gebruik maken van verbindingen die gaan van punt naar punt. Bovendien is veel apparatuur van zendamateurs geschikt voor mobiel gebruik, en kunnen ze desnoods met een in allerijl uit een auto gedemonteerde accu van stroom worden voorzien. Auto's genoeg. En als een draadantenne weggeblazen wordt, dan span je zo een nieuwe.
Improvisatievermogen
Een belangrijk argument voor inzetten van radioamateurs bij calamiteiten ligt in hun improvisatievermogen. Een ander sterk punt is dat de zendamateurgemeenschap bestaat uit doorgaans nogal eigenzinnige personen, die allemaal heel diffuus hun eigen interessegebied hebben binnen deze hobby. Niettemin hebben ze daarnaast onderling een sterke gemeenschapszin, en kunnen ze daardoor binnen de chaos van een calamiteit uitstekend, en met een breed scala aan specialismen samenwerken. Dit diffuse karakter van de groep, en zeg maar behept zijn met een gezonde dosis ongeorganiseerdheid maakt dat ze bij calamiteiten vaak zoveel beter presteren dan de strak georganiseerde overheidsdiensten en militaire instanties. Dat de hulpverlening door zendamateurs het beste werkt wanneer deze spontaan ontstaat, wordt nog eens onderstreept door amateurvereniging VERON in een van hun recente besluiten over dit onderwerp.
Al deze eigenschappen zijn ook bij de nationale overheid en in Europees en wereldwijd verband opgevallen. Er zijn daardoor de laatste tijd geluiden hoorbaar om de radioamateurs op dit gebied een speciale status te geven. Zo'n trend trekt belangstellenden aan van allerlei pluimage. Deelname aan een organisatie die hieraan vorm geeft kan een hoop prestige geven en hier en er wordt daarnaast zelfs al over subsidiegelden gesproken. De meeste individuele radioamateurs zien in de publiciteit hierover echter vooral de mogelijkheid om ofwel iets voor de maatschappij te betekenen, of om de enigszins ingeslapen hobby van het zendamateurisme weer een hernieuwde impuls te geven.
Stichting
In navolging van een groot aantal andere landen is in Nederland een stichting opgericht die al die onbaatzuchtige bedoelingen in goede banen wil gaan leiden. De club heeft de zaken voortvarend aangepakt. Er is een website gekomen en ook op het gebied van het vak van lobbyist heeft de stichting zich niet bepaald onbetuigd gelaten. En het is natuurlijk een goede zaak dat deze mooie hobby bij de overheid in een gunstig daglicht komt te staan.
Bij de inhoud van de website, het eerste contact dat ik zelf met de noodorganisatie had, heb ik echter wel een paar kanttekeningen te plaatsen. De voortvarende aanpak heeft namelijk geleid tot een nogal hoge behoefte om een en ander in een georganiseerd verband te brengen. Niet alleen worden de zaken op lobbygebied uiterst grondig aangepakt. De hele organisatie lijkt als je tenminste op de informatie op de website afgaat, op bijna militaire wijze ingericht. Wat natuurlijk zeer indruist tegen met name de sterkste kant van de zendamateurdienst, namelijk de hoge graad aan zelforganiserend karakter. Er worden door de stichting etherkanalen gereserveerd, zonder acht te slaan op het in zendamateurkringen traditioneel gevoelige punt of deze kanalen wellicht regionaal of soms landelijk voor andere doeleinden in gebruik zijn. Een calamiteit heeft bij eenieder uiteraard de hoogste prioriteit, en dan praat je niet over andere doeleinden. Wanneer er echter ook regelmatig op de betreffende kanalen wordt geoefend, dan leidt dit in de toch al diffuse gemeenschap vaak tot onvrede, en de neiging om niet willen meewerken. Zeker geen goede ontwikkeling voor een organisatie die het juist van de belangeloze inspanning van veel mensen moet hebben.
Veel ernstiger vind ik de discipline en de beslotenheid die de organisatie uitstraalt. Is zo'n besloten forum zo prominent op de website nou bijvoorbeeld wel zo'n goed idee? De roep om discipline van de organisatie vind ik ronduit niet verstandig, en ook bij de oefeningen zet ik zo mijn vraagtekens. Het sterke punt ten opzichte van de overheden dat de radioamateurs in 1953 hadden, was juist dat er bij hen in het geheel geen sprake was van organisatie, laat staan uit discipline. Het bestond vooral uit initiatief en spontane improvisatie, niet uit een vooropgezette structuur.
Daarnaast leunt de organisatie zwaar op het gebruik van digitale verbindingen, terwijl een goed draaiende en snel op te zetten centrale verbindingspost ŕ la taxicentrale bij de meeste calamiteiten uitstekend in de eerste communicatiebehoeften zal kunnen voorzien. Bovendien geldt voor digitale verbindingen de vuistregel: tweemaal zoveel apparatuur leidt tot tweemaal zoveel ellende. De kans dat een portofoon met eigen accu het bij een overstroming nog doet is nu eenmaal vele malen groter dan een grote zender met antennemast en een computer ernaast, die allemaal ook nog een veel ruimer bemeten stroomvoorziening nodig hebben.
Lege melkflessen
Zodra er belangen en prestige mee gaan spelen doorkruist dit vaak de effectiviteit van dit soort hulpverlening. Bij de watersnoodramp in 1953 hielden de militaire autoriteiten enkele dagen lang vol dat ze uitstekende communicatie hadden met de door dijkdoorbraken getroffen gebieden. De waarheid was dat er zelfs niet een klein beetje communicatie mogelijk was, en dat radioamateurs met soms ad hoc op lege melkflessen gewikkelde spoelen in hun zenders, de enig mogelijke noodcommunicatie vorm gaven. De militairen konden echter niet toegeven dat hun communicatie niet werkte. Ze hadden kort daarvoor immers als onderdeel van de Marshall-hulp van de Amerikanen de beschikking gekregen over de duurste en meest moderne communicatiemiddelen die er in die dagen waren. Pas na enkele dagen kwam de aap dus uit de mouw, een aap die hoogstwaarschijnlijk diverse mensen in levensgevaarlijke situaties heeft gebracht.
De organisatie die zich dezer dagen opwerpt als redder in de nood is kortom hard bezig om de organisaties te imiteren, waarvan ze de verwachting kweekt dat ze die juist zou kunnen aanvullen. Het is net als een groot bedrijf dat een klein bedrijf aankoopt vanwege de creativiteit en flexibiliteit van die laatste. En die vervolgens alles in het werk stelt om van het aangekochte bedrijf =in het klein= een exacte kopie te maken van dat grote bedrijf. Ik heb dat in mijn nabijheid zien gebeuren.
In het tijdperk van vóór de mobiele telefoon, heb ik diverse malen via de amateurzender ongelukken aan politie- en ambulancediensten doorgegeven. En geloof me: op zo'n moment denk je er echt niet aan of je dat bericht van derden nu wel of niet volgens de voorwaarden van je zendvergunning had mogen doorgeven. En of dat je achteraf misschien in de problemen zou kunnen brengen. Je schakelt als vanzelf over op de automatische piloot, en doet zonder handleidingen en richtlijnen precies dat wat je in zo'n situatie dus zou moeten doen. Toch besteedt bovengenoemde organisatie op hun website vele zinnen aan de belemmering van het bestaan van dergelijke regels. Nood breekt wetten jongens, nooit van gehoord?
De kracht van de radioamateurs, en met name van diegenen die dagelijks via de ether vele informele gesprekken met elkaar voeren, is dat zij degenen zijn die als geen ander weten hoe je onder de meest bizarre omstandigheden nog een radioverbinding staande kunt houden. En tegen die praktijkervaring kan geen enkele oefening op.
En ten slotte is er dan nog het gevaar om de autoriteiten al teveel een worst van een vrijwillige en gratis nooddienst voor de neus te hangen. Al te gemakkelijk worden dan namelijk de eigen overheidssystemen veronachtzaamd, waar de amateurs juist de stille reserve en niet de prestigieuze vervanger voor zouden moeten zijn.
Categorie: opinie - 1353 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
(buro renkema-stijl)
En deze waren natuurlijk ook prachtig:
Declaration du president de la Republique
Biathlon een sport die je raakt


Ik kom een
beetje weinig toe aan schrijven in mijn weblog op het moment. Eigenlijk
verwaarloos ik al mijn sites behalve één. Binnenkort hoop ik weer
meer tijd voor mijn weblog te hebben (en alle leuke verhalen over mini-staatjes
en zo meer). Tot die tijd dus even alleen mijn foto's.





MEDEDELING
- vanwege de verhuizing naar een andere provider zullen mijn sites die gebruik
maken van www.shorties.nl de komende dagen
tijdelijk niet (volledig) beschikbaar zijn. In veel gevallen zal een dergelijke
site wel werken via www.shorties.be, maar dat is niet in alle
gevallen zo. Enkele zaken op mijn site zijn niet redundant, en maken uitsluitend
gebruik van shorties.nl, zoals bijvoorbeeld mijn
webcam. Deze zal de komende dagen dan ook uitgeschakeld zijn. Een aantal zaken,
zoals bijvoorbeeld mijn weblogs staan los van de verhuizing, en die blijven dan
ook gewoon 'in de lucht'. Hopelijk verloopt alles gladjes, en dan zal de pauze
slechts van heel korte duur zijn.
Toen ik in 1993 voor mijzelf begon, heb ik nog een tijdje aan ontwikkeling van elektronica gedaan, mijn oude vak. Dit is mijn belangrijkste project geweest uit die tijd, de JD-1024, een eenvoudige zendontvanger voor radioamateurs.
Er zijn twee serie(tje)s prototypes van gemaakt in twee stadia van ontwikkeling, waarvan soms alleen maar een deel van de inhoud gebouwd werd om te testen. Enkele apparaten zijn ook inderdaad vervolmaakt tot een compleet werkende versie. Er is niet veel meer van het project over, maar dit is een (grotendeels) werkend exemplaar uit die series.

Voorzijde

Detail voorzijde


Achterzijde

Ik ben met het project gestopt omdat de wetgeving voor wat betreft technische eisen en productaansprakelijkheid op dat moment sterk werd aangescherpt. Ook verloor ik de motivatie een beetje doordat andere zakelijke activiteiten al snel winstgevend bleken. Winstgevender dan het ontwikkelen van elektronica, waar je vaak een jaar lang zonder inkomsten je tijd in moet stoppen, zonder dat je zeker weet of al die energie er wel weer uit terugkomt.